Dutch language article

De emanciperende werking van allochtonenportals op internet

Allochtonen vinden zichzelf te weinig terug in de Nederlandse media. En als ze al aan bod komen, dan steevast als ‘probleem’. ‘Realiseert u zich dat duizenden Marokkaanse Nederlanders de krant openen in de hoop dat er nu eens één dag geen nieuws is over Marokkanen, moslims of allochtonen?’ Over het publieke domein van de media, de poreuze randen en de keuze tussen overlappende of parallelle domeinen. Op zoek naar een nieuwe collectieve identiteit.

Door Martijn de Waal, gepubliceerd in De Mediarevolutie, samengesteld en geschreven door Henk Blanken en Mark Deuze, 2003.

De grote veranderingen die zich de afgelopen vijftien jaar hebben voltrokken in het Nederlandse medialandschap, bieden ook Nederlanders van buitenlandse afkomst nieuwe mogelijkheden. Niet alleen hier brak commerciële televisie door, ook in Turkije gebeurde dat. Satelliettelevisie beleefde een snelle opmars in de eerste helft van de jaren negentig, en bracht zo dus ook Turkse versies van Big Brother en het Rad van Fortuin in Nederlandse huiskamers. Buitenlandse kranten verschenen in Nederlandse kiosken. Turkse kranten brachten speciale Europese edities op de markt.

En dan is er nog de opmars van internet, dat ook onder allochtonen – en dan vooral onder de jongeren – de laatste jaren duidelijk aan populariteit heeft gewonnen. Internet brengt bovendien niet alleen actueel nieuws uit het thuisland met twee klikken op de desktop, het biedt ook de mogelijkheid zelf websites te maken. Vooral Marokkaanse jongeren doen dat. Sinds het eind van de jaren negentig zag een groot aantal zogenaamde allochtonenportals het licht. Websites als Lokum.nl, Maroc.nl, Maghreb.nl, Rif.couscous.nl, Naffer.nl, die zijn gemaakt door Nederlanders van buitenlandse afkomst. Ze bevatten nieuws, informatie, muziek en discussies, die wat inhoud betreft zijn afgestemd op een publiek van Marokkaanse, Turkse of Surinaamse Nederlanders. De dubbele naamstelling – met meestal een verwijzing naar het thuisland voor de punt en de afkorting nl erachter – geeft enigszins weer wat er zich op die websites afspeelt. Vanuit Marokkaans of Turks perspectief wordt de situatie van veelal jonge Marokkanen of Turken in Nederland bediscussieerd.

Het mediagebruik van allochtonen leidt in Nederland geregeld tot discussies. Vooral de satellietschotels in achterstandswijken (‘Schotelcity’) worden vaak gezien als een symbool van de slechte integratie van groepen allochtonen. Dat ze zich via de media op de cultuur uit het thuisland richten, zou een bewijs zijn dat ze onvoldoende moeite doen om te integreren in de Nederlandse cultuur. De achterliggende gedachte daarbij is dat er zoiets bestaat als een afgebakend publiek domein. Dat publieke domein bestaat uit Nederlandse kranten, televisiestations en andere media. Discussies over wat bijvoorbeeld de Nederlandse identiteit precies inhoudt, vindt enkel plaats binnen dat afgebakende domein. Wie geen toegang heeft tot dat publieke domein, wendt zich dus ook af van de samenleving.

Hier wil ik iets beargumenteren dat gedeeltelijk tegen die stelling in gaat. Uitgangspunt is dat in deze geglobaliseerde mediasamenleving de grenzen van het (Nederlandse) publieke domein poreus zijn geworden. Er is niet meer sprake van een enkelvoudig domein, maar van meerdere mediasferen die naast elkaar kunnen bestaan. Daarbij heeft internet nóg een belangrijke eigenschap. In tegenstelling tot het televisielandschap is internet een open medium. Niet de poortwachters in de vorm van omroep- of krantenredacties bepalen welke discussies er worden gevoerd, en dus hoe het publieke domein vorm krijgt. Internet biedt de mogelijkheid bottom-up een eigen mediaruimte te creëren, waar de leden zelf hun agenda kunnen bepalen. Dat is precies wat er op dit moment gebeurt met de allochtonenportals.

Die nieuwe mediaruimte kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Er zullen er zijn die zeggen dat jonge Marokkanen elkaar op sites als Maroc.nl of Mahgreb.nl opzoeken, en zich dus afzonderen van het collectieve publieke domein. Dergelijke sites belemmeren in die visie de integratie. Er is ook een andere interpretatie mogelijk. Iedere cultuur is per definitie in beweging. Binnen iedere samenleving zoeken verschillende groepen met verschillende identiteiten hun plaats. Leden van die verschillende groepen zoeken naar aanknopingspunten, naar identificatiemogelijkheden en zullen op zoek zijn naar representatie in het collectieve publieke domein. Dat publieke domein is echter zelf ook in beweging. Allochtonenportals kunnen zo gezien worden als een poging de in ontwikkeling zijnde Marokkaans-Nederlandse identiteit (of Turks-Nederlandse, of et cetera) een plaats te geven binnen het collectieve Nederlandse publieke domein. Zo kunnen die portals een emanciperende functie hebben voor een groep die zijn plaats binnen de Nederlandse samenleving begint op te eisen. Dit is een betoog dat die laatste mogelijkheid wil verkennen.

Alvorens stil te staan bij de mogelijk emanciperende functie van allochtonenportals, wil ik eerst kort stilstaan bij de motieven van allochtonen om gebruik te maken van media van buitenlandse afkomst. De onderzoekers Leen d’Haenens, Hans Beentjes en Susan Bink geven hier twee redenen voor. Bij de oudere generaties speelt de taal een belangrijke rol. Deze generaties zijn bovendien nog grotendeels georiënteerd op het thuisland.

De jongere generaties maken al meer gebruik van Nederlandse media, maar kijken daarnaast ook nog naar satelliettelevisie, lezen niet-Nederlandstalige kranten en tijdschriften en bezoeken buitenlandse internetsites. Een van de voornaamste redenen hiervoor is dat ze zichzelf te weinig herkennen in het Nederlandse media-aanbod. Ze kunnen zich niet of nauwelijks identificeren met personen op de Nederlandse televisie, en onderwerpen waarin zij geïnteresseerd zijn komen niet of nauwelijks aan bod.
‘Algemeen kan worden gesteld dat men zich wil herkennen in de Nederlandse media’, schrijven d’Haenens, Beentjes en Bink. ‘Er is algemene vraag naar meer aandacht voor thema’s die relevant zijn voor allochtonen. Men heeft de behoefte aan meer aandacht voor de multiculturele samenleving, meer info over onderwijs, schoolkeuze en hoe te functioneren binnen de Nederlandse samenleving. Qua nieuws wil men graag meer aandacht voor het herkomstland.’

Een Turkse respondent uit dat onderzoek omschrijft het als volgt: ‘Ik mis het onderwerp interculturele samenleving in Nederland. Deze wordt vooral vanuit één kant bekeken en meestal heel beperkt geïnterpreteerd. Interculturele samenleving houdt meer in dan alleen maar af en toe folkloristische gebeurtenissen.’

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat allochtone Nederlanders niet alleen een tekort aan representatie in de Nederlandse media ervaren, maar dat daarnaast ook sterk het idee leeft dat de media een sterk vertekend beeld van de verschillende etnische groepen in Nederland schetsen. De media besteden overmatig veel aandacht aan de problemen die een relatief kleine groep veroorzaakt, luidt het verwijt. En als allochtone Nederlanders al in de media aan het woord worden gelaten, is het meestal op een verwijtende manier.

Dit blijkt ook onder meer uit het manifest van Koerswijziging.nl, een initiatief waarin Nederlanders van Marokkaanse afkomst de Nederlandse media oproepen deze negatieve beeldvorming te doorbreken. ‘Realiseert u zich dat ’s ochtends duizenden Marokkaanse Nederlanders de krant openen in de hoop dat er nu eens één dag geen nieuws is over Marokkanen, moslims, allochtonen etc.’, schrijven de initiatiefnemers in het manifest. ‘Dag in dag uit praten als Brugman om berichtgeving weer te nuanceren en in perspectief te plaatsen, is een vermoeiende, irritante en uiteindelijk nutteloze bezigheid.’

Veel allochtone Nederlanders constateren zo niet alleen een gebrek aan herkenning, maar ook een tekort aan erkenning. Dat wordt als extra schrijnend ervaren omdat vooral de groep jonge allochtonen Nederland wel ziet als het vaderland. ‘Hoewel in de opvoeding een andere culturele achtergrond een rol speelt, is Nederland voor deze allochtonen het land waar ze opgroeien, waar ze lief en leed delen, waar ze studeren, verliefd worden, een gezin stichten’, schrijft René Romer in zijn boek Thuis in Nederland. ‘Kortom, voor mensen die in ons land zijn geboren en getogen, of op jonge leeftijd met hun ouders naar Nederland zijn gekomen, is Nederland eenvoudig weg het vaderland.’

De mediarevolutie waarover in dit boek wordt gesproken, biedt groepen die zich binnen het publieke domein onvoldoende herkennen of erkend voelen, de mogelijkheid daar iets aan te doen. Vooral jonge Marokkanen hebben de afgelopen jaren een groot aantal sites opgericht waar ze elkaar ontmoeten, discussiëren en elkaar op nieuws wijzen dat voor hen relevant is. Ook Turken, Surinamers en Hindoestanen hebben inmiddels hun eigen sites. ‘Naffer.nl ontstond uit onvrede over de wijze waarop [in de media over de rellen in Amsterdam-West] verslag werd gedaan, de eenzijdige beeldvorming en de geringe aandacht voor de Marokkaanse kant van het verhaal’, schrijven Paul Geense en Trees Pels in hun onderzoek Allochtone jongeren op het internet in het tijdschrift Migrantenstudies. De oprichters ‘wilden een plek creëren waar ongefilterd eerlijk open en anoniem kan worden gesproken over zaken die elders worden doodgezwegen of onder tafel geveegd’.

Het aanbod van dit soort sites is overweldigend, schrijven Geense en Pels. In hun onderzoek maken zij een inventarisatie van de onderwerpen en berichten die op de verschillende sites worden besproken. De meeste sites bieden allereerst een chat- en dateservice, waar jongeren gelijkgestemden kunnen ontmoeten, en eventueel een afspraakje kunnen maken. Uit de voor dit artikel gehouden interviews blijkt dat dat een van de belangrijkste aantrekkingsfactoren van de verschillende sites is. Op de meeste sites is ook aandacht voor nieuws, muziek en sport, belicht vanuit de eigen culturele achtergrond. Wat nieuws betreft is er zowel aandacht voor nieuws dat te maken heeft met het herkomstland, als nieuws over Marokkanen, Turken of andere etnische groepen in Nederland. Als een Marokkaanse artiest een nieuwe single heeft, een wethouder van Marokkaanse afkomst in het nieuws is, of wanneer in de media gediscussieerd wordt over de rol van de islam in de Nederlandse samenleving, wordt dit doorgaans gemeld.

Deze nieuwsberichten krijgen vaak weer een vervolg in het forum, waar de bezoekers van de site met elkaar in discussie gaan. Geense en Pels signaleren dat in veel van deze discussies de Marokkaanse afkomst en de islam een belangrijke rol spelen. De onderverdeling van onderwerpen op het forum van Maghreb.nl geeft dit al aan. Naast ‘het nieuws van de dag’, zijn er fora over ‘Marokkaanse jongeren in Nederland’, ‘De islam en de Nederlandse samenleving’, ‘De positie van de Nederlandse vrouw’ en ‘Waar kom jij precies vandaan’. Wat opvalt uit het onderzoek van Geense en Pels is dat binnen die fora veel onderwerpen worden besproken die op het grensvlak lijken te liggen van de Nederlandse en de Marokkaanse cultuur. Topics die aan bod komen zijn: ‘Wat vinden jullie ervan als een Marokkaans meisje rookt?’, ‘Ook succesvolle Marokkanen in Nederland?’, ‘Meisjes met een hoofddoek zijn schijnheilig’. Uit het onderzoek vallen twee gedachtes te destilleren, die aan veel van de discussies ten grondslag liggen: hoe ga je als Marokkaan om met de Nederlandse samenleving, en hoe geef je in de seculiere Nederlandse samenleving invulling aan de etnische en religieuze identiteit die je van huis uit hebt meegekregen? Dat zijn voor een deel onderwerpen die in de reguliere Nederlandse media nauwelijks aan bod komen. ‘Voor verschillende etnische gemeenschappen vult internet het gat dat de meeste traditionele media laten liggen’, concludeert René Romer in Thuis in Nederland. ‘Waar de meeste reguliere landelijke media er nog nauwelijks in slagen dichter te kruipen op de huid van mensen met een niet-Nederlandse etnische afkomst, zal internet die leemte op eenvoudige wijze kunnen opvullen.’

Rondom het eigen mediagebruik van migranten is op de opiniepagina’s van de Nederlandse media inmiddels een omvangrijke discussie ontstaan. Het gebruik van satelliettelevisie zou erop wijzen dat allochtonen zich blijven richten op het thuisland, en onvoldoende aandacht hebben voor de Nederlandse samenleving. Al halverwege de jaren negentig werd deze discussie aangezwengeld, onder meer in een artikel in het Algemeen Dagblad, waarin de auteur zich afvraagt wat de gevolgen zijn van de toenemende populariteit van de satellietschotel. ‘Want hoe zit het met de integratie als de Turkse en Marokkaanse kolonie alleen programma’s in de eigen taal en cultuur krijgt voorgeschoteld? Worden kinderen uit de tweede of zelfs derde generatie niet geremd in hun taalontwikkeling als de tv voortdurend op ATV Satel, Interstar of Show TV staat afgesteld? Is er sprake van “geestelijke gettovorming”, zoals directeur I. Akel van het Nederlands Centrum Buitenlanders veronderstelt?’

Over de allochtonenportals duikt zo hier en daar een soortgelijke discussie op. De vraag is weer, zoals Leen d’Haenens stelt in haar artikel ICT in de multiculturele samenleving, ‘of men ervoor kiest om via het internet in interactie te treden met gelijkgestemden of andersgezinden’. D’ Haenens is voorzichtig in haar conclusie, maar geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat men op internet vooral op zoek lijkt naar gelijkgestemden. ‘Sunstein (2001) en Selnow (1998) spreken hun bezorgdheid uit over het internet dat in tegenstelling tot de traditionele media mensen bedient naar gelang hun interesses. Binnen deze interessegroepen die actief zijn op websites en in chatrooms, zal men ideeën uitwisselen en naar die perspectieven luisteren die men horen wil, zondoende blootstelling aan alternatieve visies vermijdend.’ De vrees bestaat dat allochtonen met behulp van satelliettelevisie en internet een parallel publiek domein oprichten dat komt te staan naast het Nederlandse publieke domein, en zichzelf zo dus buiten de Nederlandse samenleving plaatsen.

De vraag is echter of die conclusie wel te trekken valt. Er is misschien inderdaad sprake van een situatie waarin meerdere mediasferen naast elkaar bestaan, maar uit onderzoek blijkt ook dat Nederlanders van allochtone afkomst beide sferen door elkaar gebruiken. Uit eerder onderzoek van d’Haenens blijkt dat de jongste generatie met een buitenlandse achtergrond vooral naar Nederlandse zenders kijkt. De buitenlandse zenders worden door hen vooral aanvullend gebruikt. Zo stemmen Turkse jongeren ook regelmatig af op de Turkse televisie, omdat ze geïnteresseerd zijn in de gebeurtenissen in het land van herkomst. Onder twintig- tot veertigjarigen blijkt vooral onder de Turken de televisie uit het thuisland populair. Marokkanen in die leeftijdsgroep kijken weer meer naar Nederlandse zenders. Al met al concludeert d’Haenens, blijken ‘allochtonen kritische mediagebruikers te zijn, omdat ze de media uit Nederland en de media uit het moederland met elkaar kunnen vergelijken. Ze ontwikkelen hierdoor een brede kijk op nieuws.’

Zelfs als leden van etnische gemeenschappen elkaar opzoeken op internet, is het de vraag of ze zich daarmee per definitie afscheiden van de Nederlandse gemeenschap. Zoals eerder is aangegeven, blijkt uit het onderzoek van Geense en Pels dat jonge Marokkanen op internet issues bespreken die op het raakvlak liggen van de cultuur die ze van huis uit hebben meegekregen, en de alledaagse werkelijkheid zoals ze die in de Nederlandse samenleving ervaren.

In een inleiding die J.A. van Kemenade gaf tijdens een studiedag van het Bedrijfsfonds voor de Pers over Pluriforme informatie in een pluriforme samenleving, gaf hij aan dat culturele identiteit nooit een statisch gegeven is, maar iets is wat in ontwikkeling is. Dat geldt zowel voor de Marokkaanse culturele identiteit, als voor de Nederlandse. Op de fora van de diverse websites wordt die culturele identiteit ter discussie gesteld. Veel vragen, bijvoorbeeld op het gebied van seksualiteit, waar Marokkaanse jongeren thuis of in de moskee niet openlijk over kunnen praten, worden op de websites wel bediscussieerd. Jonge Marokkaanse meisjes stellen in de fora zo nu en dan de positie van de vrouw binnen de Marokkaanse gemeenschap ter discussie. Waarom hebben jongens zo veel vrijheid en zij zelf niet? Je zou zo kunnen stellen dat die websites zo een zekere emanciperende functie kunnen hebben binnen de groep, waar zaken ter discussie gesteld kunnen worden die met de oudere generaties onbespreekbaar zijn. Daarbij zij gezegd dat dat emancipatieproces niet zonder horten of stoten verloopt. Zoals Geense en Pels ook in hun onderzoek concluderen, kan het er op de fora soms hard aan toe gaan. Meisjes die meer vrijheid opeisen worden daar door conservatievere deelnemers soms op weinig subtiele manier op aangesproken. Desondanks concluderen Geense en Pels dat de fora op internet ‘minder dan de traditionele organisaties leiden tot norm onderschrijvend gedrag, en eerder gelegenheid bieden tot normconstructie’.

Er vindt op de sites als Maroc.nl en Maghreb.nl nog een tweede emancipatieproces plaats, dat van de Marokkaanse jongeren in de Nederlandse cultuur. Dat is echter geen proces van acculturatie, waarin de jongeren hun Marokkaanse identiteit langzaam inruilen voor de Nederlandse. De Marokkaanse jongeren beginnen hun plek op te eisen binnen het Nederlandse publieke domein, waarbij ze vast willen houden aan hun Marokkaanse identiteit.

In zijn studie naar etniciteit en etnisch mediagebruik concludeert onderzoeker Leo Jeffres dat het proces waarin immigrantenculturen langzaam aan opgaan in de ontvangende cultuur gedeeltelijk achterhaald is. In plaats daarvan houden culturele groepen deels vast aan hun eigen identiteit. Etnisch mediagebruik, concludeert hij, versterkt het gevoel van verbondenheid met de etnische groep en helpt bij het bieden van identificatiemogelijkheden in een multiculturele context. Leden van verschillende etnische groepen ontwikkelen dan een dubbele identiteit.

Vertaald naar de gebruikers van de internetfora houdt dit in dat ze enerzijds vast zullen houden aan bepaalde culturele tradities en gebruiken die ze van huis uit hebben meegekregen, en zich tegelijkertijd verbonden voelen met de Nederlandse samenleving. Al stellen ze daarbij wel als voorwaarde dat het publieke domein dat zij hebben gecreëerd op internet, wordt opgenomen binnen het collectieve Nederlandse publieke domein. Een bezoeker van de website Naffer.nl stelt het als volgt: ‘Integratie kan pas plaats vinden na acceptatie! En na uw bericht te lezen voel ik mij zeker niet geaccepteerd. Vertelt u mij nou eens eerst dan wat aanpassen is? Is dat mijn haren los gooien en in een café zitten. Is dat de Nederlandse taal beheersen? Is dat mijn haar blonderen? Is dat mijn geloof weggooien? Is dat mijn afkomst vergeten? Is dat mijn Marokkaanse naam veranderen in een Nederlandse naam? Een Nederlands paspoort aanschaffen?’

Een deelnemer aan het forum die zich Queenlatifa noemt voegt hier aan toe: ‘Wil je hier iets bereiken, zul je er zelf voor moeten knokken, soms op de kaas manier en soms op onze manier, we moeten ervoor zorgen dat de maatschappij hier een melting pot wordt, ipv een geassimileerde maatschappij…’

In zijn boek Thuis in Nederland schetst René Romer een beeld van het toekomstig medialandschap waarin ruimte is voor verschillende identiteiten. Culturele identiteit is slechts een van de factoren die iemands identiteit bepalen, stelt hij. Hij ziet een toekomst waarin massamedia bestaan naast cultuurgebonden media. Wel zullen die massamedia op zoek moeten gaan naar nieuwe collectieve identiteiten. Dat kan de Nederlandse nationale identiteit zijn, of de lokale identiteit – Jonge turken of Marokkanen zien zichzelf doorgaans eerst als Turk of Berber, daarna als Rotterdammer of Utrechtenaar en pas in derde instantie als Nederlander.

Hierbij gaat Romer er vanuit dat de massamedia er in zullen slagen die nieuwe collectieve identiteiten te vinden, en dat de nieuw gecreëerde mediaruimtes van allochtone jongeren worden opgenomen in de collectieve publieke sfeer. Vooralsnog lijkt echter ook een tegenbeweging gaande te zijn. De gebeurtenissen van de laatste jaren – 11 september, de opkomst van en moord op Pim Fortuyn, en de oorlog in Irak – hebben de tegenstelling tussen allochtone en autochtone bevolkingsgroepen versterkt. Uit onderzoek van Susan Bink blijkt dat allochtonen zich door deze ontwikkelingen steeds minder erkend voelen in het Nederlandse publieke domein, en de laatste twee jaar meer op zoek zijn gegaan naar alternatieve berichtgeving. Vooral de Arabische nieuwszender Al Jazeera heeft aan populariteit gewonnen.

‘Allochtonen willen zich niet alleen door hun eigen media maar ook nadrukkelijk door de Nederlandse media laten informeren’, schrijft Susan Bink. ‘Dit laatste zal echter alleen blijven gebeuren als de Nederlandse media ook als betrouwbaar kunnen worden beschouwd. Deze betrouwbaarheid heeft de laatste maanden een deuk opgelopen.’

Dat brengt ons tot de slotvraag van dit betoog. Zullen die twee verschillende publieke sferen elkaar steeds meer gaan overlappen, of blijven het twee verschillende mediaruimtes? Een eenduidig antwoord op die vraag is moeilijk te geven. Zoals hierboven is aangetoond, kunnen de allochtonenportals een dubbele emanciperende werking hebben. Enerzijds vinden er in de verschillende fora normbepalende discussies plaats, waarin bijvoorbeeld meisjes meer rechten voor zichzelf opeisen. Anderzijds bieden de portals krachtige identificatiemogelijkheden voor jonge allochtonen die hun Marokkaanse culturele identiteit en de Nederlandse alledaagse werkelijkheid op elkaar proberen af te stemmen. Zo eisen ze voor zichzelf een plek op in het collectieve publieke domein.

Maar deze emancipatieprocessen zijn geen lineaire, onontkoombare ontwikkelingen. Uit these en antithese vloeit niet automatisch een harmonische synthese voort. Of Nederlanders van buitenlandse afkomst zich naast hun eigen mediasfeer ook steeds meer zullen richten op de Nederlandse publieke sfeer, en of die eigen mediaruimtes deel uit gaan maken van die collectieve sfeer, zal ook afhangen van de opstelling van andere actoren in de publieke sfeer. Met andere woorden: zolang de massamedia die nieuwe collectieve identiteiten niet ook aan weten te spreken, zullen jonge generaties allochtonen zich buitengesloten blijven voelen. In dat proces kan de eigen publieke sfeer een versterkend effect hebben en kan deze het bewustzijn van de eigen identiteit en het gevoel van uitsluiting juist versterken.